Op 1 april 2016 treedt de kilometerheffing in werking. Het gaat hier om een gewestelijke belasting die van toepassing is het gebruik van autosnelwegen door vrachtwagens. Bloom Law bekeek de juridische problemen. Conclusie, de kilometerheffing heeft nog een lange weg af te leggen.
1. ALGEMEEN
Hoewel de Gewesten als autonome tolheffende instanties maximale vrijheid hebben voor het bepalen en differentiëren van hun tarieven moet worden vastgesteld dat de tarieven in het Vlaams, Waals en Brussels Gewest (met uitzondering van de binnenstad) voorlopig gelijklopend zijn.
De heffing varieert van 7,4 cent tot 20 cent/km. De minst vervuilende lichte vrachtwagens (MTM tussen 3,5 en 12 ton en Euronorm 6) betalen het minimumtarief. Voor de meest vervuilende lichte vrachtwagens verdubbelt de heffing bijna tot 14,6 cent. Voor de zware vrachtwagens (MTM groter dan 32 ton), bedraagt de heffing 12,8 cent wat de minst vervuilende betreft en 20 cent wat de zwaarst vervuilende voertuigen betreft.
2. JURIDISCHE BEDENKINGEN BIJ DE KILOMETERHEFFING
- a. De kilometerheffing schendt het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel
- b. De controle van de kilometerheffing is onwettig
- De uitbesteding van de controlebevoegdheid van de kilometerheffing aan een privé-bedrijf is onwettig
- Het permanent volgen van een voertuig via satelliet schendt het recht op privacy en is een verboden observatie in de zin van de Wet op de Bijzondere Opsporingsmethoden
- Het controleren van de afgelegde kilometers kan enkel aan de hand van geijkte meettoestellen zoals voorzien in artikel VIII 43 van het Wetboek Economisch Recht
- Het controleren van de afgelegde kilometers kan enkel door onderneming die zijn erkend als bewakingsonderneming in de zin van de Wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid
- c. De kilometerheffing schendt de Privacywet
- d. De kilometerheffing schendt de Vlaamse Codex Fiscaliteit ( enkel in het Vlaams Gewest )
A. DE KILOMETERHEFFING VORMT EEN SCHENDING VAN HET GRONDWETTELIJK GELIJKHEIDSBEGINSEL
De toepassing van het gelijkheidsbeginsel in fiscale zaken impliceert dat de belastingplichtigen die zich in een zelfde of gelijkaardige toestand bevinden op een gelijke wijze moeten worden belast. Een onderscheid in de belastingheffing is weliswaar toegelaten voor zover het onderscheidend criterium kennelijk en redelijkerwijs te verantwoorden is rekening houdend met de aard en het doel van de belasting.
De redelijke verantwoording moet worden getoetst aan drie criteria :
- het onderscheid mag niet willekeurig zijn ;
- het onderscheid moet steunen op pertinente criteria die in een kennelijk en redelijk verband staan met de aard, het doel en de gevolgen van de belastingmaatregel ;
- de aangewende middelen moeten in een redelijke verhouding staan tot het nagestreefde doel.
- “Overwegende dat de invoering van rechtvaardige mechanismen voor de toerekening van infrastructuurkosten aan gebruikers van het wegennet, evenals de aanmoediging van milieuvriendelijker verkeer is aangewezen” (Samenwerkingsakkoord van 31 januari 2014),
- “Overwegende dat de gewestelijke regeerakkoorden een eerlijke fiscaliteit, een duurzamere mobiliteit en een reductie van emissies beogen” (Samenwerkingsakkoord van 31 januari 2014).
- “De doelstellingen van de kilometerheffing zijn de volgende : – een rechtvaardige fiscaliteit, waarbij iedere gebruiker betaalt volgens het reële gebruik van de weg” (Memorie van toelichting bij het Vlaamse Decreet, blz. 3)
- “De doelstelling van de kilometerheffing zijn : – bijdragen tot de verbetering van de milieuprestaties van het vervoerssysteem, door luchtverontreiniging extra te belasten op basis van de verontreinigende kenmerken van de aan de kilometerheffing onderworpen voertuigen” (Memorie van toelichting bij de Brusselse Ordonnantie, blz. 2).
- “Les objectifs du prélèvement kilométrique sont les suivants : – faire supporter de manière équitable le coût des investissements et de l’entretien des routes par les usagers de la route” (Memorie van toelichting bij het Waalse Decreet, blz. 2)
B. DE CONTROLE VAN DE KILOMETERHEFFING IS ONWETTIG
B.1. DE CONTROLEBEVOEGDHEID IN HET KADER VAN DE KILOMETERHEFFING WORDT ONRECHTMATIG UITBESTEED AAN DE DIENSTVERLENER
De aangifteverplichting in het kader van de kilometerheffing ligt bijgevolg bij Satellic. De gegevens die Satellic nodig heeft om deze aangifte te kunnen indienen, verzamelt zij op basis van de elektronische registratievoorziening bij de heffingsplichtige.
B.2. HET GEDURENDE EEN BEPAALDE TIJDSPANNE VOLGEN VAN EEN VOERTUIG VIA SATELLIETPOSITIONERING VORMT EEN SCHENDING VAN HET RECHT OP PRIVACY EN VORMT EEN INBREUK OP DE WET BIJZONDERE OPSPORINGSMETHODES
Precies omwille van die toegestane appreciatiebevoegdheid van de lidstaten, wegen de door de lidstaat aangevoerde belangen in de praktijk (en in de mate dat ze legitiem zijn in de zin van art. 8 EVRM) vaak zwaar door ten opzichte van de grondrechtelijke belangen van de betrokkene.
In de praktijk neemt het Hof dan ook vaak genoegen – in het bijzonder wat betreft de beoordeling van onderzoeksmaatregelen – met de aanwezigheid van waarborgen tegen misbruiken. In de mate dat de appreciatiebevoegdheid van de lidstaat vrij ruim wordt ingevuld (bv. omdat de onderzoeksmaatregelen een rechtspersoon betreft), zal het Hof ook coulanter
zijn naar de vereiste waarborgen tegen misbruik.
Een observatie betreft immers onmiskenbaar een dwangmaatregel waardoor de privacy van de rechtsonderhorige wordt geschonden en dienvolgens moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 8, 2 EVRM.
De voorbereidende werkzaamheden van de BOM-wet maken uitdrukkelijk melding van de bijzonderheid en uitzonderlijk karakter van de observatie:
“het wetsontwerp regelt een aantal opsporingsmethoden die door hun heimelijk karakter en door de mogelijke inbreuk op fundamentele rechten als “bijzonder” worden aangemerkt.” (Parl.St. Kamer 2001-2002, 1688/001, 3)
“De bijzondere opsporingsmethoden zijn “bijzonder” omdat de toepassing ervan de fundamentele rechten en vrijheden kan aantasten, zoals de eerbiediging van het privé-leven, en afbreuk kan doen aan fundamentele beginselen van de strafrechtspleging, zoals het loyaliteitsbeginsel bij het zoeken naar bewijzen. Ook bijzonder aan deze methoden is het heimelijk karakter ervan. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een huiszoeking ligt het in het karakter van de bijzondere opsporingsmethoden zelf dat ze in het geheim plaatsvinden, zoniet zijn deze methoden compleet nutteloos.” (Parl. St.Kamer 2001-2002, 1688/001, 8)
“Laatstgenoemde methoden hebben allemaal in meer of mindere mate een belangrijk aspect […] van heimelijke inzameling van bewijzen van misdrijven of ter identificatie van de daders ervan.” (Parl.St. Kamer 2001-2002, 1688/001, 11-12)
Gelet op het zwaarwichtig karakter van de inbreuk op het recht op privacy hebben enkel politiediensten de bevoegdheid om bijzondere opsporingsmethoden (zoals observatie) in het kader van een opsporings- of gerechtelijk onderzoek aan te wenden. (artikel 47ter, §1 Sv.)
De parlementaire onderzoekscommissie naar de georganiseerde criminaliteit in België en de parlementaire voorbereidende werkzaamheden benadrukken het bijzonder karakter van observatiemethoden:
“[de wet] laat niettemin de politiediensten toe om de bijzondere opsporingsmethoden aan te wenden om gegevens en inlichtingen in te winnen en te verwerken, doch wederom uitsluitend met het doel gepleegde of nog te plegen misdaden of wanbedrijven op te sporen, de bewijzen ervan te verzamelen en de daders ervan te identificeren en te vervolgen.” (Parl.St.Kamer 2001-2002, 1688/001, 9)
“Het gebruik van de bijzondere opsporingsmethoden dient gesitueerd te worden in het kader van een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek.” (Parl.St. Kamer 2001-2002, 1688/001, 9)
“Enkel de Belgische politiediensten in de zin van artikel 2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt kunnen met de uitvoering van bijzondere opsporingsmethoden worden belast.”
Tijdens de parlementaire totstandkoming van de wet werd overigens expliciet gewezen op het gevaar van willekeur wanneer de bijzondere opsporingsmethoden zouden worden aangewend, zonder enige vorm van controle of zelfs buiten een opsporings- of gerechtelijk onderzoek om:
“Het gebruik van de bijzondere opsporingsmethoden zonder toestemming en controle van buiten af kan leiden tot uitwassen in het politiesysteem en zelfs tot strafbare situaties, met name misbruik of verkeerd gebruik van de bijzondere methoden.” (Parl.St. Kamer 2001-2002, 1688/001, 10)
Gelet op de verregaande impact van een observatie voorziet de wetgeving onder andere in een specifieke controle door de Kamer van Inbeschuldigingstelling, vooraleer het Openbaar Ministerie zelfs maar gebruik kan maken van de bevindingen die zij op basis van de BOM-methoden heeft gedaan (artikel 235ter Sv.).
De voorbereidende werkzaamheden bij de BOM-wet wijzen op de noodzaak van een controle:
“Gezien evenwel de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden de fundamentele rechten en vrijheden kan aantasten en afbreuk kan doen aan fundamentele beginselen van de strafrechtspleging, verdient het de voorkeur de bijzondere controle erover toe te vertrouwen aan een andere gezagsdrager dan die welke de operatie zelf uitvoert (de politiediensten) of die er de onmiddellijke verantwoordelijkheid voor draagt (het Openbaar Ministerie en de Onderzoeksrechter).”
Een observatie is dan ook om die reden afhankelijk van een aantal cumulatieve voorwaarden. In eerste instantie dient er een voorafgaande schriftelijke machtiging van de procureur des Konings (§2) of de Onderzoeksrechter (§7) voorhanden te zijn. Deze machtiging dient de vereiste vermeldingen uit art. 47sexies, §3 Sv. te vermelden, waaronder de redenen waarom de observatie onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen, de periode waarin de observatie kan worden uitgevoerd die zeker niet langer mag zijn dan één maand, de naam en hoedanigheid van de officier van de gerechtelijke politie die de leiding heeft over de uitvoering van de observatie, de naam of een beschrijving van de geobserveerde persoon, etc.
Daarnaast bepaalt artikel 47septies Sv. dat de officier van de gerechtelijke politie die de leiding over de observatie heeft, de procureur des Konings nauwgezet, volledig en waarheidsgetrouw schriftelijk verslag moet uitbrengen over elke fase van de observatie (§1). Tot slot voorziet artikel 47septies, §2, lid 2 Sv. dat bovenstaande officier een proces-verbaal moet opstellen van de verschillende fasen van de uitvoering van de observatie.
Een observatie kan bijgevolg enkel verricht worden met naleving van de vereisten uit artikel 47sexies – 47septies Sv. Elke observatie of andere bijzondere opsporingsmethode, die in strijd met deze wettelijke bepalingen tot stand gekomen is, heeft tot gevolg dat niet enkel de observaties, maar eveneens alle eruit voortvloeiende bewijselementen onwettig zijn en bijgevolg aanleiding kunnen gegeven tot een nietigheid.
Het Hof van Cassatie heeft inmiddels reeds in een arrest van 2 september 2008 geoordeeld dat observaties enkel uitgevoerd kunnen worden door de reguliere politie en niet door leden van bijzondere inspectiediensten (fiscale, sociale, economische, ….). In deze zaak waarin wegens inbreuken op de riviervisserij “observaties” hadden plaatsgevonden door een boswachter stelde het Hof van Cassatie uitdrukkelijk dat artikel 47ter Sv. bepaalt dat dergelijke bijzondere opsporingsmethoden exclusief aangewend mogen worden door de politiediensten die de minister van justitie aanwijst. Doordat er geen enkele wettelijke bepaling dergelijke opsporingsmethode toekent aan ambtenaren van het Vlaams Agentschap voor Natuur en Bos, komt het Hof van Cassatie tot de conclusie dat er sprake is van een onrechtmatige observatie.
“Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de met het toezicht op de riviervisserij belaste ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos geen politieambtenaar is in de zin van artikel 47sexies, §1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, kan niet tot cassatie leiden. Artikel 47ter Wetboek van Strafvordering bepaalt immers dat de bijzondere opsporingsmethoden worden aangewend in het kader van een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek door de politiediensten die de minister van Justitie aanwijst. De voornoemde ambtenaar vermocht hoe dan ook niet tot de bijzondere opsporingsmethode observatie over te gaan.”
Wat voorts de noodzakelijkheidseis (cf. supra) betreft, komt het mij voor dat de gegevens die nodig zijn voor het vaststellen van de verschuldigde kilometerheffing evenzeer kunnen worden verzameld zonder voortdurende observatie van de bestuurder van het voertuig.
Zo zou kunnen worden geopteerd voor een vrijwillige aangifte door de heffingsplichtige. De fiscale wetgever heeft immers in bijna alle belastingen voorzien in een dergelijke aangifteverplichting. Een andere mogelijkheid zou erin bestaan dat toegangspoorten zouden worden geïnstalleerd op de belastbare wegen (cf. het péage-systeem in Frankrijk). Beide methoden zouden volstaan om de gegevens die nodig zijn voor het vaststellen van de verschuldigde kilometerheffing te verzamelen zonder een al te grote inmenging in het privéleven van zowel de houder als de bestuurder van het voertuig.
Bijgevolg kan worden geargumenteerd dat de inmenging in het privéleven van zowel de houder als de bestuurder van het voertuig niet voldoet aan de noodzakelijkheidseis en bijgevolg een schending van het recht op privacy vormt. Tevens is het duidelijk dat de toegepaste controletechniek te verantwoorden valt in het kader van de Wet op de Bijzondere Opsporingsmethoden.
B.3. HET CONTROLEREN VAN DE AFGELEGDE KILOMETERS KAN ENKEL AAN DE HAND VAN GEIJKTE MEETTOESTELLEN ZOALS VOORZIEN IN ARTIKEL VIII 43 VAN HET WETBOEK ECONOMISCH RECHT
Ingevolge artikel VIII.43 van het Wetboek van Economisch Recht (WER) moeten metingen die worden uitgevoerd ter berekening van heffingen en retributies worden verricht met geijkte meetinstrumenten. De Koning geeft de voorschriften omtrent de overige voorwaarden waaraan deze meetinstrumenten moeten voldoen, alsmede omtrent hun samenstelling en meeteigenschappen (artikel VIII.46 WER).
De ijkverrichtingen van meetinstrumenten bestaan uit het onderzoek van een model met het oog op zijn goedkeuring, de eerste ijk en de herijk (artikel VIII.47 WER). Deze verrichtingen blijken uit het aanbrengen van ijkmerken of –tekens of uit het afgeven van attesten. De Koning kan eventueel andere ijkverrichtingen bepalen.
Om goedgekeurd te worden (artikel VIII.48 WER), moet het model zo zijn samengesteld dat de meetinstrumenten die naar dit model zijn vervaardigd, voldoen aan de voorschriften die overeenkomstig artikel VIII.46 voor die instrumenten zijn bepaald. Is het model goedgekeurd, dan wordt aan de aanvrager een goedkeuringsattest afgeleverd. Tevens wordt hem ofwel een modelgoedkeuringsteken toegekend wanneer de overeenkomende meetinstrumenten niet zijn vrijgesteld van de eerste ijk ofwel worden modelgoedkeuringsmerken afgeleverd wanneer deze meetinstrumenten vrijgesteld zijn van de eerste ijk. Degene in wiens naam het attest waarvan sprake in het vorige lid werd opgesteld, is met uitsluiting van iedere andere persoon, gemachtigd het toegekend teken of de afgeleverde merken aan te brengen op de meetinstrumenten en dit uitsluitend op die welke zijn vervaardigd naar het model waarop het teken of het merk betrekking heeft.
De eerste ijk (artikel VIII.49 WER) bestaat uit een onderzoek naar de conformiteit van een meetinstrument met de wettelijke eisen. In bevestigend geval worden één of meer ijkmerken op het meetinstrument aangebracht of wordt een ijkattest afgegeven.
De herijk (artikel VIII.50 WER) bestaat uit een onderzoek of een instrument dat de eerste ijk heeft ondergaan, nog aan de wettelijke eisen voldoet. In bevestigend geval, worden één of meer ijkmerken op het meetinstrument aangebracht of wordt een ijkattest afgegeven.
Overeenkomstig artikel VIII.51 WER kan de Koning bepaalde meetinstrumenten vrijstellen ofwel van het onderzoek van een model met het oog op zijn goedkeuring, ofwel van de eerste ijk en van de herijk, ofwel van de herijk.
In het Belgisch Staatsblad lijken in het kader van de kilometerheffing tot op heden geen besluiten te zijn gepubliceerd zoals bedoeld in de hogervermelde regelgeving rijst de vraag of zowel de gebruikte satelliet(en) en de On Board Units die zullen worden gebruikt ter registratie van de afgelegde kilometers kunnen worden gebruikt ter berekening van de kilometerheffing op deze geregistreerde afstand.
B.4. HET CONTROLEREN VAN DE AFGELEGDE KILOMETERS KAN ENKEL DOOR ONDERNEMING DIE ZIJN ERKEND ALS BEWAKINGSONDERNEMING IN DE ZIN VAN DE WET VAN 10 APRIL 1990 TOT REGELING VAN DE PRIVATE EN BIJZONDERE VEILIGHEID
Naar wij konden achterhalen heeft het bedrijf Satellic geen erkenning als bewakingsonderneming zodat de controleactiviteiten van Satellic ingaan tegen de bepalingen van de Wet van 10 april 1990 en derhalve ingaan tegen de wet.
C. DE OVERTREDING VAN DE PRIVACYWET VAN 8 DECEMBER 1992
- het afsluiten van een gebruikersovereenkomst met elke houder van een voertuig – zonder discriminatie – die Satellic daarom verzoekt;
- het verstrekken van On Board Units aan de gebruikers, waarmee de gegevens nodig voor het vaststellen van de verschuldigde kilometerheffing draadloos kunnen worden verzonden en ontvangen;
- het registreren van de afstand die door voertuigen, voorzien van een correct geïnstalleerde en functionerende On Board Unit, op het wegennet wordt afgelegd en het berekenen van de verschuldigde kilometerheffing, door gebruik te maken van de (draadloos overgebrachte signalen die zijn ontvangen en verstuurd door de) On Board Unit;
- het (elektronisch) verzenden van een dagelijkse aangifte aan de tolheffende Instanties (zelfs indien voor een bepaald voertuig op de betreffende dag geen kilometers of gedeelten van kilometers zijn geregistreerd), met daarop (1) het aantal kilometers of gedeelten van kilometers dat door de On Board Unit werd geregistreerd gedurende de voorgaande kalenderdag, (2) de reisgegevens, (3) het kentekennummer, (4) de emissieklasse en maximale toegelaten massa van de slepen en (5) de kilometerheffing die door de gebruiker is verschuldigd;
- het innen van de kilometerheffing van gebruikers in naam en voor rekening van de tolheffende Instanties, door middel van gegarandeerd betaalmiddelen;
- het doorstorten van de door de gebruikers verschuldigde kilometerheffing aan de tolheffende instanties
In de algemene voorwaarden bij de gebruikersovereenkomst wordt bevestigd dat Satellic persoonsgegevens van de gebruiker verwerkt voor rekening van Viapass, die optreedt als verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van de Belgische Privacywet van 8 december 1992 (“Privacywet”). Persoonsgegevens van de gebruiker zullen worden verwerkt met als doel het innen van kilometerheffing en het verstrekken van bijkomende diensten, en meer in het bijzonder om het volgende mogelijk te maken :
- het aanrekenen en innen van kilometerheffing en het handhaven van de kilometerheffingregelgeving ;
- de individuele visualisatie van de afgelegde reisweg, indien van toepassing ; en
- het opstellen van verkeersanalyses en verkeersinformatie, met behulp van geanonimiseerde gegevens.
Uit nazicht van het Openbaar register blijkt evenwel dat een dergelijke aangifte op heden niet heeft plaatsgevonden. Deze aangifte zou evenwel uiterlijk op 1 april 2016 moeten plaatsvinden.
Op 13 oktober 2015, 20 november 2015 en 18 december 2015 hebben de drie Gewesten een machtigingsaanvraag ingediend bij het Sectoraal comité voor de Federale Overheid ingediend om op elektronische wijze persoonsgegevens te ontvangen van de Directie Inschrijvingen Voertuigen (DIV) in het kader van de kilometerheffing. Deze machtigingsaanvraag werd op 21 januari 2016 goedgekeurd door het Comité.
De betreffende machtigingsaanvraag kadert echter niet binnen het hogervermelde artikel 17 van de Privacywet, maar binnen artikel 36bis van de Privacywet. Bovendien heeft deze machtigingsaanvraag specifiek betrekking op de mogelijkheid voor de drie Gewesten om op elektronische wijze persoonsgegevens te ontvangen van de DIV in het kader van de kilometerheffing.
De verantwoordelijke voor de verwerking, zijn vertegenwoordiger in België, zijn aangestelde of gemachtigde die een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens start, het beheer erover heeft of blijft hebben dan wel daaraan een einde maakt, zonder dat aan de vereisten van artikel 17 van de Privacywet is voldaan, begaat een misdrijf en kan worden gestraft met een geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank (artikel 39 van de Privacywet).
D. GEBREK AAN INKOHIERING EN VERZENDING VAN HET AANSLAGBILJET IN HET VLAAMS GEWEST
Met ingang van 1 april 2016 wordt hier aan toegevoegd dat de boetes die worden opgelegd ingevolge overtredingen van de regelgeving inzake de kilometerheffing door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kunnen worden geïnd zonder een uitvoerbaar verklaard kohier.
Hieruit volgt dat – ook in het kader van de kilometerheffing – van de belastingschuldigen alleen een som mag worden gevorderd krachtens een uitvoerbaar verklaard kohier dat de inningstitel vormt (m.u.v. de boetes die worden opgelegd ingevolge overtredingen van de regelgeving inzake de kilometerheffing). Meer nog, indien dit kohier niet bestaat, is er eenvoudigweg geen heffing verschuldigd.
Overeenkomstig artikel 3.2.1.0.1 VCF moeten deze kohieren ten minste de volgende elementen bevatten :
- de identiteit van de belastingplichtige ;
- de aanduiding van de belasting ;
- het bedrag van de belasting, alsook het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft ;
- het nummer van het kohierartikel ;
- de datum van uitvoerbaarverklaring.
- de verzendingsdatum;
- de datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier;
- het kohierartikel;
- het aanslagjaar;
- de grondslag van de belasting;
- het te betalen bedrag;
- de uiterste betaaldatum;
- de termijn waarin de belastingschuldige bezwaar kan indienen, de benaming en het adres van de entiteit van de Vlaamse administratie die bevoegd is om het bezwaar te ontvangen, en de formaliteiten die daarbij moeten worden nageleefd.
Het betalingsdocument dat de dienstverlener opstuurt aan de belastingplichtige, kan in ieder geval niet met het kohier (of het aanslagbiljet) worden gelijkgesteld. Enerzijds kan er geen twijfel bestaan over het feit dat de dienstverlener (momenteel enkel Satellic) niet kan worden beschouwd als een bevoegd personeelslid van de Vlaamse administratie dat een kohier kan opmaken en uitvoerbaar verklaren. Anderzijds blijkt op basis van een voorbeelddocument[1] op de website van Satellic dat het voorgenomen betalingsdocument noch een kohierartikel, noch de datum van uitvoerbaarverklaring bevat.
Bijgevolg zal, voor wat de kilometerheffing betreft binnen het Vlaams Gewest, moeten opgevolgd worden of de heffingsplichtigen effectief een aanslagslagbiljet zullen ontvangen van de Vlaamse Belastingdienst. Indien zij enkel het hogervermelde betalingsdocument zouden ontvangen van de dienstverlener kan de kilometerheffing o.i. niet rechtmatig worden ingevorderd. Meer nog, op basis van de thans gekende informatie kan zelfs geargumenteerd worden dat de kilometerheffing – bij gebrek aan inkohiering – niet verschuldigd kan zijn.
