2023/07/09: De Doorbraak: De calvarietocht van een belastinghervorming die er geen is

De regering werkt volop aan de fiscale hervorming, zoals het regeerakkoord eist. Misschien lukt het voor 21 juli, of nog later: tijdens de begrotingscontrole. Alleen, de voorstellen die op tafel liggen zijn geen belastinghervorming maar een belastingverhoging.

Om een en ander te financieren wil Van Peteghem een resem aftrekposten afschaffen. Belangengroepen wetten hun messen. Professor Michel Maus (fiscaliteit VUB):

‘Iedereen is altijd akkoord met de  beperking van alle fiscale gunstregimes, tot het eigen belastingvoordeel in het vizier komt. Dan gaan de vlaggen van de belangengroepen omhoog en scanderen de partijen no paseran voor hun achterban.’

Verder wil de minister van Financiën de lagere BTW-tarieven van 6 en 12 procent harmoniseren tot één tarief van 9 procent. Dat stuit op het tegenstand van de socialisten omdat dat vooral de koopkracht van de minder vermogende gezinnen aantast. ‘En de liberalen krijgen het aan hun kiezers in de bouwsector dan weer niet verkocht dat de BTW op de renovatie wéér de hoogte ingaat’, voorspelt Maus. Het voorstel om de opbrengst van de effectentaks te verdubbelen, vindt evenmin genade bij de liberalen, zeker niet bij de Franstalige MR.

Communautaire verzetshaard

Onderhuids ontwikkelt zich nog een nieuwe, eerder communautaire, verzetshaard. Professor Gert Peersman (UGent) en collega Matthijs wijzen elk afzonderlijk erop dat het voorstel Van Peteghem niet alleen gevolgen heeft voor de federale staatskas, maar ook voor de regionale begrotingen. De gewesten heffen immers opcentiemen op de personenbelasting. Elke federale maatregel die de personenbelasting verlaagt, roomt dus ook de regionale inkomsten af. Dat geldt ook voor de inkomsten uit de gemeentelijke aanvullende personenbelasting. En als de gemeentelijke financiën ontsporen, moeten de gewesten bijspringen.

De verhoging van belastingvrije som kan de regio’s meer dan een miljard euro kosten, berekenen beide professoren: 600 tot 800 miljoen voor Vlaanderen en 3 tot 400 miljoen voor Wallonië. Volgens een raming van het hoofdstedelijk gewest zou het voorstel Van Peteghem jaarlijks 75 miljoen minder opbrengsten kosten aan Brussel.

Momenteel int  Vlaanderen 64 procent van die opcentiemen op de federale belastingen, terwijl Wallonië 28 procent binnentrekt. ‘In absolute termen wordt Vlaanderen het zwaarst getroffen door een verlaging van de personenbelasting’, vat Herman Matthijs samen. ‘Maar relatief gezien ziet Wallonië zwaarder af. Het draagt immers een staatsschuld van 3 miljard, die op termijn nog dreigt toe te nemen door de vermindering van de intergewestelijke solidariteit via de bijzondere financieringswet. De PS maakt dus bijzonder veel kabaal over de asociale gevolgen van de belastinghervorming, maar de echte agenda is het negatieve effect ervan op de Waalse staatskas.’

Waals minister van Financiën Adrien Dolimont (MR) pleitte voor een federaal compensatiefonds om de verliezen op te vangen. Dat voorstel maakt bitter weinig kans omdat het teveel evenwichten doet wankelen.

De Croo neemt over

De plannen van Van Peteghem hadden dus bitter weinig draagvlak. Dus deed premier Alexander De Croo (Open Vld) recent zelf een poging om de fiscale hervorming terug op de rails te krijgen. Zo stelt zijn nota, naast de verlaging van enkele bijdragen, voor om de re-integratie na een ziekte of ongeval te versnellen. Ook moet de uitkering voor langdurig werklozen naar omlaag als ze drie keer een opleiding voor een knelpuntberoep weigeren. Het kostenplaatje van de maatregelen zou neerkomen op 2 miljard euro.

Van Peteghems voorstellen over de verhoging van de belastingvrije som en de 50 procent-belasting zijn van tafel, net als de doorgedreven BTW-hervorming en de sterke verhoging van de effectentaks. En: geen enkele maatregel van De Croo raakt aan de regionale inkomsten.

Volgens onze informatie bestaat er momenteel enkel consensus over de aanpassing van de werkbonus en een sterke verlaging  (of zelfs afschaffing) van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid (ingevoerd in 1994).

Die zouden worden gecompenseerd door de aanpassing van enkele belastingregimes (beleggingsvennootschappen, aandelenopties), een lichte verhoging van de effectentaks en de aanpassing van enkele BTW-tarieven. Ook daarover moet nog onderhandeld worden, want sommige gunsttarieven blijven een taboe voor sommige partijen (zoals de PS over de  krantenbedeling).

‘Dit is niet eens een belastinghervorming, dit is een minieme aanpassing van de sociale zekerheid die enkele lasten op arbeid vermindert, gecompenseerd door enkele belastingverhogingen’, vindt Matthijs. ‘Deze belastinghervorming is die naam niet waard’, bevestigt Maus.

Uitstel tot oktober?

‘Zolang er geen akkoord is over alles, is er geen akkoord over iets’, waarschuwt Matthijs nog. ‘Een partij die nu eenzijdig toegeeft, verliest pasmunt om later op een ander punt het gelijk te halen. Daarom verwacht ik dat dat het dossier wordt doorgeschoven naar de begrotingsbesprekingen in oktober. Dan kunnen de partijen geven en nemen over alle bevoegdheidspakketten heen.’

Maus denkt van zijn kant dat geen enkele partij in het licht van de nakende verkiezingen nog belangrijke knopen wil doorhakken. Hij stelt dan ook voor om de volledige fiscale hervorming uit te stellen na de verkiezingen. ‘Minister van Peteghem heeft zijn werk gedaan: de belastinghervorming voorbereid’, redeneert hij. ‘Zijn blauwdruk, waarover een consensus bestaat bij de meeste economen en fiscalisten, kan de basis worden voor de volgende regeringsonderhandelingen. Alleen dan durven partijen delicate ingrepen voor een deel van hun electoraat aan. Ze hebben dan nog heel wat jaren om die te  verantwoorden in een breder kader. Elke maatregel die vandaag wordt genomen is per definitie minimalistisch en dreigt op terechte kritiek te worden onthaald wegens louter symbolisch.’

Herlees dit artikel

OP DE HOOGTE BLIJVEN?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang maandelijks de nieuwste blog-, pers- en media-artikels.



    ]