Multinationals kunnen straks ook in fiscale paradijzen niet meer onder de lat van 15 procent belastingen duiken. Maar de strijd om buitenlandse investeringen aan te trekken is daarmee niet verdwenen.
Enkele jaren geleden leek het nog een politieke utopie, maar de komende jaren zullen multinationals in ieder land 15 procent van hun winst aan belastingen betalen. De bocht werd in juni 2021 ingezet door de Amerikaanse president Joe Biden, die diezelfde maand nog de G7-landen en daarna de G20 meekreeg.
De essentie
- Multinationals met minimaal 750 miljoen euro omzet moeten de komende jaren in ieder land waar ze actief zijn 15 procent vennootschapsbelasting betalen. Als ze dat niet doen, kan het land van het hoofdkantoor de bijkomende belastingen heffen.
- Wereldwijd is een tendens bezig waarbij ieder land het tarief naar 15 procent optrekt. Dat maakt het moeilijker nog fiscaal te concurreren in de strijd om buitenlandse investeringen.
- Om die reden is een subsidieoorlog aan het losbarsten, die de fiscale race vervangt.
De OESO, de denktank van de rijke landen, werkte vervolgens de minimumbelasting uit. Ze werd daarna in Europese wetgeving omgezet door de Europese ministers van Financiën om daarna vertaald te worden in Belgische wetgeving. Die teksten, die zijn voorbereid door minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V), worden besproken in de federale regering.
De minimumbelasting geldt voor alle bedrijven met meer dan 750 miljoen euro omzet. Zij moeten in ieder land waar ze actief zijn minstens 15 procent van hun winst aan belastingen betalen. Als ze dat niet doen, mag het land waar het hoofdkantoor staat de belastingen heffen tot aan die drempel.
Als de Belgisch-Braziliaanse bierreus AB InBev in Hongarije het huidige tarief van 9 procent mag blijven betalen, mag de Belgische fiscus dus de bijkomende 6 procent van de Hongaarse AB InBev-winst innen. In de omgekeerde richting maakt het nog weinig uit om Pfizer of Johnson & Johnson in België minder dan 15 procent te laten betalen via fiscale voordelen voor onderzoek en ontwikkeling, want dan moeten ze de rest gewoon bijpassen aan de Amerikaanse fiscus.
Zware investeringen
De ngo European Tax Observatory berekende ooit dat de minimumbelasting België 10,5 miljard euro aan extra inkomsten kon opleveren. Die berekening was echter gestoeld op de hypothese dat geen enkel land zijn tarieven aanpast. Dat is wel aan het gebeuren, waardoor de federale regering op 634 miljoen euro rekent.
De Britse eilanden Guernsey, Jersey en Isle of Man maakten in mei bekend dat ze vanaf 2025 hun tarief in de vennootschapsbelasting optrekken tot 15 procent. Ierland kondigde al hetzelfde aan. Zwitserland houdt op 18 juni een referendum over het 15 procenttarief. Dubai voert op 1 juni voor het eerst een vennootschapsbelasting in, met een tarief van 9 procent. Vermoed wordt dat dat snel naar 15 zal stijgen.
‘We zien dat de meesten denken: niemand anders moet met die 15 procent gaan lopen’, zegt Isabel Verlinden, taxpartner bij de consultant PWC. ‘Volgens mij gaat iedereen het doen.’ In de aanloop naar het referendum zegt Zwitserland het met zoveel woorden: het doel is de belastinginkomsten in het land te houden.
Ook in België zullen Belgische dochterbedrijven van buitenlandse multinationals automatisch 15 procent betalen. Als ze daar alsnog onder belanden via fiscale voordelen, zal het tarief automatisch naar 15 procent schieten. Wel zijn er nog discussies over in welke mate die maatregel zware investeringen ontmoedigt. Wie vandaag zwaar investeert, kan die uitgaven fiscaal aftrekken. Dat voordeel dreigt te verdwijnen als de verschuldigde belastingen onder 15 procent van de winst zakken.
Subsidies voor onderzoek
In de race to the bottom in de vennootschapsbelasting mag de finishlijn dan wel duidelijk zijn, daar stopt het niet. Verlinden: ‘De oefening wordt gemaakt: als we niet meer het verschil maken met belastingen, hoe dan wel nog? Je ziet dat er via subsidies, voordelen in de sociale zekerheid of in de personenbelasting, en andere incentives wordt gewerkt. Zwitserland en Dubai zijn daar al mee bezig.’
Ook Van Peteghem plant een hervorming van de fiscale steun voor onderzoek en ontwikkeling. De bedoeling is de terugbetaaltermijn van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling terug te brengen van vijf naar vier jaar. Het lijkt een technische ingreep, maar ze maakt dat de steun niet meer onder de definitie van een fiscaal voordeel valt. Ze wordt als subsidie beschouwd. Denis-Emmanuel Philippe, een advocaat bij Bloom Law, noemt het ‘een juridische pirouette om België competitief te houden.’
Het versterkt een subsidieoorlog die ook zonder de minimumbelasting al woedde. De Europese Unie beloofde al Europese bedrijven evenveel groene subsidies te geven als wat ze in de Verenigde Staten kunnen krijgen op basis van de Inflation Reduction Act. Ook kondigde Europees commissaris Margrethe Vestager aan dat ze een ‘foreign subsidies regulation’ voorbereidt. Buitenlandse investeerders worden dan gescreend op verstorende subsidies. Als ze te veel staatssteun hebben gekregen, dreigen ze Europese bedrijven te verdringen.
‘We zijn daarmee ver afgedwaald van het oorspronkelijke doel van de minimumbelasting: landen met erg lage tarieven penaliseren’, zegt Verlinden. ‘We zien dat overal het lokale tarief naar 15 procent zal stijgen en een nieuwe strijd met subsidies begint.’
Journalist Bart Haeck
