België gaat voor de meest sluitende variant van de Pillar 2-taks, die oorspronkelijk uit de koker van de denktank OESO kwam. Er wordt niet alleen gemikt op de Belgische moedervennootschappen, die in het buitenland dochters hebben die minder dan 15 procent belastingen betalen.
Het Rekenhof acht de geraamde opbrengst van de minimumbelasting voor multinationals mogelijk te hoog wegens onvoorspelbare gedragseffecten en een inconsistente berekening. Volgens het kabinet-Financiën zijn de ramingen net conservatief.
Ten laatste tegen 31 december moet België de Europese richtlijn over de wereldwijde minimumbelasting omzetten. Dat werk zit op schema. Nadat het ambitieniveau bij de begrotingscontrole van maart opgekrikt werd, is bevoegd minister Vincent Van Peteghem (CD&V) klaar met de wetteksten. Volgende week beginnen de besprekingen tussen de kabinetten. Na groen licht in de regering verhuist het ontwerp naar het parlement.
Het opzet is multinationals met een wereldwijde omzet van minstens 750 miljoen euro ten minste 15 procent belastingen op hun winst te laten betalen. Dat moet de ‘race to the bottom’ tussen landen stoppen.
Ook wordt geopteerd voor een binnenlandse bijheffing, die impliceert dat de aanvullende belasting verschuldigd is in de staat waar de laagbelaste entiteit gevestigd is. ‘Als een buitenlandse multinational een laagbelaste dochter in België heeft, kan België de aanvullende belasting heffen en zo voorkomen dat de heffingsrechten worden overgedragen naar de staat van het moederbedrijf’, zegt Denis-Emmanuel Philippe, een advocaat van Bloom Law. ‘Dat is een slimme zet: zo wordt de scope aanzienlijk groter en komen 270 tot 370 bedrijven in aanmerking.’
Toch plaatst het Rekenhof in zijn recente rapport over de begrotingscontrole vraagtekens bij de geraamde opbrengst van 634 miljoen euro in 2024, 714 miljoen in 2025 en 748 miljoen in 2026. De cijferwaakhond merkt op dat de twee luiken niet op dezelfde manier berekend zijn. Voor de raming van de binnenlandse bijheffing houdt de federale overheidsdienst (FOD) Financiën rekening met de mogelijke opbrengsten van zo’n taks voor de jaren 2016 tot 2019. De administratie neemt daarvan het gemiddelde. Voor de basisheffing is de raming gebaseerd op de inkomsten van één jaar, namelijk 2018.
Daarnaast stelt het Rekenhof dat de minimumbelasting nieuw en complex is, waardoor gedragseffecten van groepen en landen moeilijk te voorspellen zijn. ‘Het is mogelijk dat de concurrentie tussen verschillende rechtsgebieden anders zal verlopen of dat grote groepen creatieve manieren zullen vinden in hun zoektocht naar de minst belaste weg’, klinkt het. Daardoor is de geraamde opbrengst ‘mogelijk te hoog’, aldus het Rekenhof.
Juridische pirouette
Volgens het kabinet-Van Peteghem zijn de ramingen van de FOD Financiën conservatief en kunnen die inkomsten wel degelijk verwacht worden. ‘In een recente studie van de OESO wordt gerekend op 220 miljard euro bijkomende belasting wereldwijd. Gebaseerd op de algemene parameters uit die studie zou de opbrengst voor België zo’n 800 miljoen euro bedragen. Maar de FOD Financiën heeft net een concretere studie gemaakt. Uiteraard zit in die inschatting een zekere onzekerheid gezien de mogelijke gedragseffecten en economische ontwikkelingen.’
Als tal van landen ook kiezen voor een binnenlandse bijheffing, rest de vraag of de minimumbelasting niet vooral risico’s inhoudt voor de investeringen van buitenlandse groepen die in België een gunstige fiscale behandeling kennen, zoals de farmasector. Volgens het kabinet-Financiën is in maatregelen voorzien om België competitief te houden.
‘De invoering van de minimumbelasting heeft geen impact op de vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling. Ook de DBI-aftrek (een systeem van belastingvrijstelling, red.) wordt niet getroffen. Van het bestaande belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt de terugbetaaltermijn verkort van vijf naar vier jaar, zodat het krediet voor doeleinden van de minimumbelasting beschouwd wordt als een subsidie en niet als een aftrek’, aldus het kabinet. Volgens Philippe moet die ‘juridische pirouette’ garanderen dat de effectieve belastingdruk van een bedrijf niet te veel zakt, waardoor de bijheffing beperkt blijft.
Journalist Dieter Dujardin
Lees ook het artikel in 20230601_De-Tijd_p-1-Denis-Emmanuel Philippe-artikel 1
