Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt het brutoloon dat de parlementsleden ontvangen 8.472,16 euro per maand.
Het is duidelijk dat parlementsleden door de overheid worden vergoed, en dus met belastinggeld worden betaald. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt het brutoloon dat de parlementsleden ontvangen 8.472,16 euro per maand. Parlementsleden krijgen daarnaast nog jaarlijks vakantiegeld en een eindejaarstoelage.
Wat weinig mensen weten is dat parlementsleden nog een belastingvrije onkostenvergoeding van 2.497,06 euro per maand krijgen.
Belastingvrij forfait
Wat weinig mensen echter weten is dat er naast deze basisvergoeding nog een belastingvrije onkostenvergoeding aan de parlementsleden wordt uitbetaald. Deze onkostenvergoeding bedraagt 28 procent van het brutoloon, hetgeen impliceert dat parlementsleden bovenop hun loon maandelijks een belastingvrij forfait van maar liefst 2.497,06 euro ontvangen.
Deze vergoeding dient om de ‘kosten en lasten te dekken, verbonden aan de uitoefening van een parlementair mandaat.’ Maar parlementsleden moeten geen enkel bewijs leveren dat zij ook effectief kosten hebben gemaakt. Deze vergoeding wordt dus gewoon maandelijks aan de parlementsleden uitbetaald, zodat het hier in realiteit dus hoofdzakelijk om een belastingvrije loonsverhoging gaat.
Is het nog wel te verantwoorden dat parlementsleden, zonder enig bewijs van de kosten die ze gemaakt hebben, zo’n grote, fiscaal vrijgestelde onkostenvergoeding ontvangen? Ter vergelijking: wie telewerkt en hiervoor van de werkgever een vergoeding ontvangt, heeft recht op een belastingvrije onkostenvergoeding van… 148 euro per maand.
Financiering politieke partijen
Een ander probleem is ook de loonafdracht aan de politieke partijen. Parlementsleden worden door hun partij verplicht om maandelijks een deel van hun loon aan de partij af te dragen. Het percentage dat de parlementsleden moeten afstaan hangt af van partij tot partij. Dat is geen wettelijke regel, maar een praktijk die jaren geleden is ingevoerd. Maar ook dat mag in vraag worden gesteld. Want het parlementair loon wordt betaald met belastinggeld en dient om het parlementslid te verlonen voor zijn of haar prestaties, en niet om politieke partijen te financieren.
Naast de veel besproken pensioen- en uittredingsregeling vormen dus ook de hoge belastingvrije onkosten vergoeding én de loonafdrachten aan politieke partijen probleempunten. Een debat hierover is wenselijk.
