Steeds meer mensen zoeken manieren om anders om te gaan met energie, onder meer door zelf energie te produceren en de ‘stroomoverschotten’ te gaan delen. Vanaf 2023 zou dat zelfs mogelijk zijn tussen klanten van verschillende energieleveranciers. Maar voor je hieraan begint, is het goed om je bewust te zijn van de fiscale addertjes onder het gras.
De energiecrisis heeft verregaande gevolgen zowel burgers als bedrijven. De federale en gewestelijke regeringen mogen dan wel aan het werken zijn aan maatregelen om de energieprijzen onder controle te houden, de crisis heeft er wel voor gezorgd dat mensen zijn beginnen nadenken over hun energiegebruik en vooral hoe ze minder afhankelijk kunnen zijn van de commerciële energieleveranciers.
Een van de pistes die op dat vlak aan belang aan het winnen zijn, is die van het “energiedelen”. Bij het energiedelen gaan particulieren of bedrijven die zelf ook energie produceren, bijvoorbeeld via zonnepanelen, hun “stroomoverschotten” delen. Momenteel is dit systeem enkel mogelijk tussen klanten van dezelfde energieleverancier, maar vanaf 2023 geldt die beperking niet meer.
Een particulier met een woning met zonnepanelen in Antwerpen kan het stroomoverschot gebruiken voor zijn tweede verblijf aan de kust.
Delen met zichzelf of anderen
In het systeem van het energiedelen zijn er in wezen drie mogelijkheden. Een eerste mogelijkheid is dat men de stroomoverschotten met zichzelf gaat delen . Particulieren of bedrijven die verschillende onroerende goederen bezitten in het Vlaams Gewest, kunnen via het systeem van het energiedelen in de eerste plaats hun stroomoverschotten ter beschikking stellen van al hun onroerende goederen. Een particulier met een woning met zonnepanelen in Antwerpen kan dus het stroomoverschot gebruiken voor zijn tweede verblijf aan de kust. Ook bedrijven, organisaties en (lokale) overheden kunnen op die manier hun stroomoverschot verdelen over hun gebouwen. Een gemeentebestuur dat zonnepanelen heeft geplaatst op een sporthal, kan het stroomoverschot gebruiken voor de bibliotheek of het gemeentehuis.
Een tweede mogelijkheid binnen het energiedelen bestaat in de verkoop of het wegschenken van de stroomoverschotten. Wie stroomoverschotten heeft, kan beslissen om die te verkopen of gewoon weg te schenken aan buren, vrienden, bedrijven en zo meer.
Een derde mogelijkheid is er voor bewoners of gebruikers van collectieve gebouwen zoals appartementsgebouwen en kantoorcomplexen, loodsen…). Zij kunnen een energiegemeenschap vormen en gezamenlijk investeren in zonnepanelen om vervolgens als actieve afnemers de opgewekte energie onder elkaar te delen.
Geen impact op netkosten, maar…
Het systeem van het energiedelen is op zich een positief initiatief. De gedachte dat burgers en bedrijven zelf energie produceren die energie vervolgens gaan delen, kan enkel maar aangemoedigd worden. Maar dan blijft er nog de vraag wat de financiële en fiscale gevolgen van het energiedelen zijn, en dat is nog wat onduidelijk.
Vooreerst kan worden opgemerkt dat het energiedelen geen enkele impact heeft op de netkosten, heffingen en taksen van de elektriciteitsfactuur. Die blijven sowieso onveranderd. De energieontvanger kan wel een financieel voordeel genieten in dit systeem. Want als hij energie ontvangt via het systeem van het energiedelen, dan hoeft hij zelf minder energie aan te kopen bij zijn energieleverancier en dat heeft een impact op zijn energiefactuur. En al zeker indien de energieontvanger de energie gratis ontvangt van de energiedeler. Indien de energiedeler zijn stroomoverschotten echter verkoopt, dan zal de energieontvanger enkel een financieel voordeel kunnen doen wanneer hij de energie bij die energiedeler goedkoper kan aankopen dan bij zijn traditionele energieleverancier.
Negatieve financiële gevolgen
Het systeem van het energiedelen mag dan wel positieve financiële gevolgen hebben voor de
energieontvanger, voor de energiedeler is het eigenlijk andersom. Een eerste negatief financieel gevolg voor de energiedeler is dat hij geen ‘terugleververgoeding’ meer ontvangt voor de energie die met anderen wordt gedeeld. Die terugleververgoeding krijg je wanneer je stroomoverschotten hebt en die terug injecteert op het elektriciteitsnet. Maar de vergoeding vervalt indien de stroomoverschotten worden gedeeld in het kader van het energiedelen.
Wie als particulier zijn stroomoverschotten verkoopt, zal fiscaal gezien “toevallige winsten en baten” ontvangen, en die zijn belastbaar.
Daarnaast zijn er ook negatieve fiscale gevolgen verbonden aan het energiedelen, in het bijzonder voor wie de stroomoverschotten gaat verkopen. Wie stroom verkoopt, ontvangt inkomsten en die zijn principieel belastbaar. Dat is zeker het geval indien het gaat om bedrijven die stroomoverschotten op de markt brengen, maar geldt eigenlijk ook voor particulieren. Minister van Financiën Vincent Van Peteghem mag dan wel reeds hebben gesteld dat het doorverkopen van stroomoverschotten door een particulier niet onderwerpen is aan btw, op het vlak van de personenbelasting is er momenteel geen vrijstelling voorzien. Dit betekent dat wie als particulier zijn stroomoverschotten verkoopt, fiscaal gezien “toevallige winsten en baten” zal ontvangen, en die zijn belastbaar aan 33 procent in de personenbelasting.
Het systeem van het energiedelen mag dan wel positief bedoeld zijn, in de huidige omstandigheden zorgt de regelgeving voor perverse financiële en fiscale effecten voor de energiedeler. Dit kan niet de bedoeling zijn, en moet door de politiek worden opgelost.
