2021/05/18: Europese Commissie krijgt ongelijk – geen illegale staatssteun voor Amazon

Het Gerecht van het Europees Hof van Justitie oordeelde deze week dat Amazon geen illegale staatssteun heeft genoten van Luxemburg. De multinational dient geen achterstallige belasting van ongeveer 250 miljoen euro te betalen, aangezien er geen sprake is van een ongeoorloofd belastingvoordeel.

In 2017 heeft de Europese Commissie een besluit genomen waarin Luxemburg werd opgedragen de onrechtmatige steun verleend aan Amazon terug te vorderen. Deze onrechtmatige steun vloeide voort uit een ruling die Amazon met Luxemburg heeft gesloten in 2003, en die in 2011 werd verlengd. Door de constructie die werd aanvaard in deze ruling betaalde Amazon amper belasting op de winst die zij heeft gemaakt. De Europese Commissie was van mening dat dit een vorm van onrechtmatig staatssteun inhoudt die de concurrentie vervalst, en dat Amazon de ten onrecht verkregen voordelen dient terug te betalen aan Luxemburg.

Zowel Amazon als Luxemburg stapten naar het Gerecht van het Europees Hof van Justitie om het besluit aan te vechten. Daar haalde Amazon haar slag binnen: het Gerecht heeft geoordeeld dat de Europese Commissie niet afdoende heeft aangetoond dat er een voordeel werd genoten en vernietigde het bestreden besluit. Het Gerecht stelde in haar arrest dat het enkele feit dat een tot een groep van ondernemingen behorende entiteit uitsluitend is opgericht met het oog op fiscale optimalisatie en dat zij een vergoeding ontvangt voor immateriële activa die binnen de betrokken groep van ondernemingen zijn ontwikkeld, op zich niet voldoende is om te concluderen dat er sprake is van een belastingvoordeel in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU voor de betaler van de vergoeding en toont dus niet noodzakelijkerwijs aan dat er sprake is van staatssteun ten gunste van de betaler van de vergoeding.

Het Gerecht gaat verder en bekritiseert ook de berekeningsmethode die door de Commissie werd gebruikt om een voordeel te bewijzen. Daarmee besluit zij dat de Commissie niet afdoende heeft aangetoond dat er een illegaal voordeel werd genoten.

De Europese Commissie kan nog in beroep gaan bij het Europees Hof van Justitie. Daarvoor heeft zij twee maanden de tijd.

OP DE HOOGTE BLIJVEN?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang onze recente artikels