2020/09/07: De “vervroegde aftrek” van verliezen : een prachtig fiscaal instrument om ondernemingen door de huidige crisis te helpen

In het Belgisch Staatsblad van 1 juli 2020 werd de wet van 23 juni 2020 houdende “fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de Covid-19-pandemie” gepubliceerd.

Tussen de aangenomen maatregelen staat een – voorheen nog nooit in het Belgisch fiscaal recht ingevoerd – stelsel van “vervroegde aftrek” van verliezen. Het gaat om een prachtig fiscaal geschenk voor ondernemingen (natuurlijke personen of vennootschappen) die in de huidige crisis verliezen lijden.

In dit artikel zal de nadruk worden gelegd op de belangrijkste praktische aspecten van deze nieuwe maatregel voor Belgische vennootschappen. Het « carry back »-systeem (letterlijk : « achterwaartse verrekening ») van verliezen is een echte nieuwigheid in ons fiscaal recht waarin we tot op heden enkel het zogenaamde « carry forward »-systeem kennen (dat de verrekening toelaat van vorige verliezen met toekomstige winst). Dit « carry forward »- systeem heeft het nadeel dat de onderneming pas extra zuurstof krijgt na haar herstel en niet op het ogenblik waarop ze er het meeste nood aan heeft. De « carry back » zorgt daarentegen, ingevolge de verrekening van de verliezen op de winst verwezenlijkt tijdens de voorgaande belastbare tijdperken, voor een terugbetaling van belastingen die voorheen werden betaald op voorgaande winst (wat uiteraard zeer welkom is in moeilijke tijden).

Op basis van het “carry back”-systeem (zoals aangepast door de coronawet van 15 juli 2020, B.S. 23 juli 2020) kan de fiscale winst in een aanslagjaar dat is verbonden aan een boekjaar dat wordt afgesloten tussen 13 maart 2019 en 31 juli 2020 (aanslagjaar 2019 of 2020) worden vrijgesteld ingevolge de verrekening van de verliezen die werden geleden in de loop van het volgende belastbare tijdperk.

Het volgende voorbeeld illustreert de aantrekkelijkheid van deze maatregel. Een vennootschap sluit haar boekjaar af op 31 december 2019 met een belastbare winst van 1.000.000,00 euro. Ze verwacht tijdens het boekjaar 2020 een verlies te lijden van 700.000,00 euro omwille van de crisis. Tot op heden had ze geen andere keuze dan haar fiscaal verlies van 700.000,00 euro over te dragen naar de volgende belastbare tijdperken (“carry forward”-systeem). De invoering van het « carry back »-systeem brengt hier nu verandering in : de vennootschap zal in haar aangifte in de vennootschapsbelasting met betrekking tot boekjaar 2019 (aanslagjaar 2020) de vrijstelling kunnen vragen van het bedrag van 700.000,00 euro aan geraamd verlies. Hierdoor zal de belastbare grondslag van het boekjaar 2019 (aanslagjaar 2020) worden verlaagd tot 300.000,00 euro (1.000.000,00 euro – 700.000,00 euro). Hieruit vloeit voort dat de vennootschapsbelasting die verschuldigd is voor boekjaar 2019 vermindert, zodat een gedeelte of het geheel van de voorafbetalingen die in 2019 werden betaald zal worden terugbetaald. Tot slot, en dat is niet meer dan logisch, zal deze vervroegde aftrek het jaar erop het voorwerp moeten uitmaken van een terugname, zodat het verlies van 2020 (vervroegd afgetrokken) geneutraliseerd wordt en niet nogmaals in aftrek zal kunnen worden genomen.

Een van de grootste moeilijkheden van deze maatregel ligt in het feit dat het fiscaal verlies van het volgende belastbare tijdperk nog onzeker is op het ogenblik van de indiening van de belastingaangifte in de vennootschapsbelasting. Mijn advies voor de bedrijfsleiders van ondernemingen die maximaal willen genieten van het « carry back »-stelsel : overschat het bedrag van het verlies niet (zijnde het bedrag van 700.000,00  euro uit ons voormeld voorbeeld) ! Er wordt immers voorzien in een sanctie-mechanisme, onder de vorm van een bijzondere aanslag in de vennootschapsbelasting, voor het geval dat de afgetrokken verliezen uiteindelijk hoger zijn dan de werkelijk geleden verliezen. In dit verband wordt weliswaar voorzien in een tolerantie van 10% (verschil in verwachte en werkelijke verliezen).

Opvallend is dat de verliezen die voor het « carry back »-stelsel in aanmerking komen niet rechtstreeks of specifiek moeten verbonden zijn aan de huidige gezondheidscrisis. Zo zal een vennootschap die bijvoorbeeld een verlies zou hebben geleden in 2020 omwille van redenen die los staan van de pandemie (verlies van een rechtszaak, ernstige ziekte van de hoofdbestuurder, een omzetdaling vreemd aan de crisis ,…) het betreffende verlies evenzeer kunnen verrekenen met haar winst.

Sommige vennootschappen worden echter uitgesloten van deze maatregel, in het bijzonder :

  • vennootschappen die een inkoop van eigen aandelen, een uitkering van dividenden, een kapitaalvermindering, enz… hebben verricht, hetgeen consistent is met de nagestreefde doelstelling van het bevorderen van de liquiditeit en de solvabiliteit van de vennootschappen ;
  • vennootschappen die een rechtstreekse deelneming aanhouden in een vennootschap die gevestigd is in een “belastingparadijs”  (Bahamas, Abu Dhabi, Monaco, …) of die betalingen hebben gedaan aan vennootschappen die gevestigd zijn in een “belastingparadijs” (onder voorbehoud van bepaalde rechtvaardigingen van deze betalingen) ;
  • vennootschappen die bij het begin van de crisis reeds konden worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden, aangezien de maatregel bestemd is om ondernemingen te helpen die in principe gezond zijn maar die te kampen hebben met tijdelijke liquiditeitsproblemen ten gevolge van de pandemie.

We kunnen alleen maar verheugd zijn met de invoering van deze steunmaatregel ten voordele van ondernemingen die harde economische klappen hebben gekregen door de crisis, ook al zorgt haar uitwerking voor enige praktische moeilijkheden.

OP DE HOOGTE BLIJVEN?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang onze recente artikels