2020/08/05: Moet men alle belastingconsulenten aan de schandpaal nagelen?

De recente verklaringen van Paul Magnette aan het adres van de “belastingconsulenten” leverden een storm van kritiek op. Volgens ons had de voorzitter van de PS zich er kunnen van onthouden om alle belastingconsulenten zonder onderscheid te gaan stigmatiseren, ook als het inderdaad juist is dat sommige kantoren van “agressieve fiscale optimalisatie” hun handelsmerk hebben gemaakt, om niet te zeggen hun geloofsbelijdenis.

De laatste jaren hebben de schandalen van belastingontwijking die op grote schaal in de pers werden uitgesmeerd (Luxleaks, Panama Papers, Paradise Papers,…) logischerwijze aanleiding gegeven tot verontwaardiging bij de publieke opinie en hebben ze verder de belastingplichtigen die er van hebben geprofiteerd en de fiscalisten die hen hebben geadviseerd in een ongunstig daglicht gesteld. Maar vandaag is het de context van de gezondheidscrisis die we meemaken die sommigen op een eerder onverwachte manier een nieuwe kans bieden om de belastingconsulenten aan de schandpaal te gaan nagelen.

De uitlatingen van Paul Magnette doen een debat herleven dat vanzelfsprekend niet nieuw is, en ze doet ons denken aan een vurige verklaring van Minister van Staat (en voormalige voorzitter van de EIB) Maystadt: “À des hommes et des femmes de qualité, bien formés dans nos écoles et nos universités, autrement dit grâce au produit de l’impôt, on demande, dans certaines sociétés commerciales ou industrielles, de consacrer l’essentiel de leur intelligence et de leur imagination à l’élaboration de constructions de plus en plus sophistiquées, n’ayant d’autre but que d’éluder l’impôt c’est-à-dire de diminuer les ressources qui doivent pourtant permettre à notre collectivité de réaliser ses objectifs” (Vrije vertaling: Aan de hoogstaande heren en dames, goed opgeleid in onze scholen en universiteiten, anders gezegd dankzij de opbrengsten van de belastingen, vraagt men in bepaalde handels-en industriële vennootschappen om het grootste deel van hun intellect en verbeeldingsvermogen te spenderen aan het uitdokteren van steeds meer verfijnde constructies met als enige doelstelling om de belastingen te ontwijken, of met andere woorden, de inkomsten te verminderen die onze samenleving nochtans moet toelaten haar doelstellingen te bereiken) (“Pour un civisme fiscal”, Uiteenzetting op de Grandes Rencontres Catholiques van 7 januari 1991).

Achter dit op het eerste zicht gezond verstand, moet men volgens ons terugkomen tot een meer neutraal en genuanceerd standpunt ten aanzien van deze als dusdanig gestigmatiseerde fiscalisten die niet allemaal “criminelen” noch “weldoeners” zijn.
Enerzijds lijkt het ons nogal onrechtvaardig om ze allemaal over dezelfde kam te scheren. Het merendeel van hen zijn bezig met het helpen van hun cliënten bij het ontrafelen van de knopen van onze fiscale wetten die onophoudelijk veranderen en steeds ingewikkelder worden. Ze blijken dus echte steunpilaren te zijn aan de zijde van de ondernemers, meestal KMO’s die een centrale plaats innemen binnen onze Belgische economie. Als men op hen gaat schieten is het dus ook een beetje schieten op de ambulance… Bovendien bestaat het dagelijks werk van vele (advocaten-) fiscalisten niet uit het voorstellen van agressieve fiscale structuren om belastingen te ontwijken, maar veeleer uit het afraden van dergelijke structuren (uitgedacht door de cliënten zelf of door interne consulenten binnen grote multinationals) wanneer het risico bestaat dat ze de test van de “anti-misbruik”-maatregelen, die men hier en daar terugvindt in onze fiscale wetgeving, niet zouden kunnen doorstaan en te verzekeren dat de verrichtingen of de herstructureringen die op zich economisch te rechtvaardigen en zelfs wenselijk zijn niet in de kiem gesmoord zouden worden.

Anderzijds moet ook worden erkend dat de laatste jaren (met alle voormelde schandalen) wel degelijk is gebleken dat bepaalde cijferberoepen en/of fiscalisten hun cliënten actief hebben geholpen om gebruik te maken van bijzonder agressieve structuren om aan belastingen te ontsnappen. Ter illustratie heeft de zaak van de Paradise Papers zodoende het gebruik van vennootschappen gevestigd in belastingparadijzen door vermogende personen (Bono, Madonna, Jean-Claude Van Damme…) en grote ondernemingen (Nike, Tiffany, Janssen Pharma…) voor zuiver fiscale doeleinden aangetoond. Welnu, deze welgestelde personen en de bedrijfsleiders van deze multinationals zijn (noodzakelijkerwijze) geen grote lichten op het vlak van fiscaliteit. Om deze fiscale structuren op te zetten worden ze dus zeer vaak bijgestaan door een bataljon van professionals (belastingconsulenten, advocaten, boekhouders, consultants, bankiers, …) die de structuren ontwerpen, ze commercialiseren en ze opzetten.
Het is daarenboven ongetwijfeld omwille de excessen en ontsporingen begaan door enkele minder scrupuleuze raadgevers dat een nieuwe Europese Richtlijn (de fameuze “DAC 6”, – Richtlijn in België omgezet door een wet van 20 december 2019) vandaag aan de boekhouders, fiscaal advocaten en belastingconsulenten een verplichting oplegt om de potentieel agressieve grensoverschrijdende structuren waarbij ze betrokken zouden zijn (of het nu bij het ontwerp vooraf is of later bij de uitwerking) aan de belastingdiensten aan te geven. Het toepassingsgebied van deze nieuwe meldingsplicht is hier dus zeer ruim; dit is ongetwijfeld het gevolg van de opzienbarende excessen begaan door sommigen maar tevens omwille van de banvloek die al te vaak op een karikaturale wijze door sommigen over iedereen wordt uitgesproken.

OP DE HOOGTE BLIJVEN?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang onze recente artikels