Onze Minister van Financiën wil in zijn fiscale hervormingsplan komaf maken met het fiscale gunstregime van de DBI-bevek. Met de afschaffing van dit gunstregime in zicht kan m.i. worden verwacht dat het Luxemburgse “tak 6” contract (kapitalisatiecontract verbonden aan externe of interne beleggingsfondsen) steeds meer aantrekkingskracht zal genieten in hoofde van Belgische vennootschappen.
Het “branche 6” contract is eigenlijk een verzekeringscontract dat naar Luxemburgs recht wordt gekwalificeerd als een kapitalisatiecontract “branche 6” (“produit de capitalisation lié à des fonds d’investissement”).
Enkele fiscale voordelen:
– Het “branche 6” contract beantwoordt niet aan de Belgische definitie van kapitalisatiecontract. Bijgevolg zal enkel de effectief gealiseerde winst op de vervaldag (of bij vervroegde gehele of gedeeltelijke afkoop van het contract) belastbaar zijn. Met andere woorden: de belegger-vennootschap is dus NIET verplicht jaarlijks de gekapitaliseerde inkomsten van het financieel product aan te geven, indien de inkomsten niet werden geïnd. Dit draagt vanzelfsprekend bij tot de attractiviteit van het product (>< Belgisch tak26 contract).
– de eventuele minderwaarde is aftrekbaar (>< niet-aftrekbaarheid van minderwaarden op aandelen in een DBI-BEVEK).
– de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen (de zogenaamde premietaks) is niet verschuldigd, vermits het kapitalisatiecontract geen verzekeringsverrichting is (><premietaks van 4,4% die toepasselijk is op tak23 levensverzekeringen).
Cfr hieronder het itw van Denis-Emmanuel Philippe in De Tijd
