2020/06/24: De Juristenkrant: Ik hou van duidelijke spelregels, aan beide zijden van de tafel

Mijn keuze om rechten te studeren, had grotendeels te maken met het feit dat de opleiding leidt tot een afgebakend beroep. Ik zag mezelf
wel als advocaat of magistraat.’ ‘Ik dacht dat ik na vijf jaar studie alles zou weten over het recht, maar na die vijf jaar kwam ik tot de vaststelling dat ik nauwelijks iets wist. Daarom wou ik me specialiseren. Mijn eerste keuze was het vennootschapsrecht. Ik heb daarvoor een avondopleiding gevolgd. Maar
dan moest ik overdag ook nog iets doen, en heb ik gekozen voor een specialisatie fiscaal recht. Uiteindelijk raakte ik dermate geboeid door het fiscaal recht dat ik daarin verder ben gegaan. Maar ook het fiscaal recht is een groot domein, dus na een jaar weet je nog lang niet alles. Daarom is mijn focus altijd een verdere specialisatie geweest. Je moet in het recht nu eenmaal werken met specialisten.’
Vormen fiscalisten de uitzondering op de regel dat juristen niet kunnen tellen? ‘Dat is een gevoelig punt. Maar ik denk inderdaad dat fiscale
juristen de sterkst analytische zijn.’

Efficiënte overheid

Fiscaal recht leidt samen met strafrecht maatschappelijk het meest tot controverse? ‘Het fiscaal recht behoort uitgesproken tot de openbare orde. Het is een rechtstak waar iedereen mee te maken krijgt. Je moet meedraaien in de maatschappij en een deel afdragen aan die maatschappij. Het is dan ook vrij
logisch dat iedereen daarover een mening heeft. Maar het heeft volgens mij ook te maken met het feit dat het fiscaal recht niet meer als consequent en coherent wordt beschouwd, en dat leidt tot maatschappelijke onvrede.’
En daarbij gaat het over meer dan percentages?
‘Zeker. Het percentage of ruimer de tariefstructuur zegt niet alles. Het is een afspiegeling van wat een overheid als bijdrage of herverdeling verlangt. Dat is een overheidskeuze. Maar de fundamenten van het belastingsysteem moeten coherent in mekaar zitten.
Een aantal principes moeten vastgelegd worden en die moeten consequent toegepast worden. Dat gebeurt vandaag niet.’
‘En uiteraard wensen de mensen ook dat het belastinggeld efficiënt wordt gespendeerd. Daar hebben we een duidelijk structureel probleem.
De coronacrisis – met de bijhorende ongeziene uitgaven – verscherpen dat nog. Alles moet uiteraard gefinancierd worden. Maar daar telkenmale nieuwe zware belastingen tegenover plaatsen, ligt toch maatschappelijk moeilijk. De overheid zou eerst moeten kijken naar de structuren, en ervoor zorgen dat haar werking verbetert. Als je verschillende keren een miljoen te veel uitgeeft, zit je algauw aan een miljard. En ik denk dat iedereen wel inziet
dat niet alle uitgaven broodnodig zijn.’ Hoe zou u dan het fiscale systeem uitbouwen? ‘Er bestaat uiteraard niet één enkele sluitende
mirakeloplossing. Zoals gezegd, houdt heel veel ook verband met politieke keuzes. Ik ben wel lid van de Hoge Raad van Financiën. We hebben onlangs een rapport uitgebracht over de hervorming van de personenbelasting. Daar is heel wat heisa over geweest. Maar in de eindconclusie was de meerderheid het erover eens dat we de neutraliteit in de belastingheffing veel meer moeten benadrukken en dat de tarieven naar omlaag moeten, zeker
in de belasting op arbeid. Dat moet dan uiteraard budgettair gecompenseerd worden, door te besparen, maar bijvoorbeeld ook door te snoeien in de fiscale uitgaven. Er bestaan inderdaad veel specifieke gunststelsels, die met goede bedoelingen zijn ingevoerd, maar nu achterhaald zijn of niet meer doeltreffend.’
De dood en belastingen, volgens een boutade zijn het de enige zekerheden in het leven. Dat blijkt helaas ook nu weer tijdens de coronacrisis. Maar volgens Mark Delanote, advocaat en professor fiscaal recht aan de Universiteit Gent, kan deze crisis een katalysator voor verandering zijn: ‘Ik hoop dat men tot een globale herdenking kan komen van de overheidswerking. Die moet efficiënter.’
‘Ik hoop dat corona daarbij een katalysator kan zijn en dat men tot een globale herdenking kan komen om de overheidswerking gerichter, dynamischer en efficiënter te maken, waarbij ook onze belastingstructuren ernstig worden aangepast.’ ‘Ik hoop in ieder geval dat men niet zomaar zal
teruggrijpen naar de makkelijkheidsoplossing om maar de belastingdruk te blijven verhogen. Die kruik zal breken.’
Staat of valt ook hier alles met gedegen wetenschappelijk onderzoek, wat in België vaak ontbreekt? ‘Zeker. In het rapport van de HRF zijn
de meest waardevolle onderdelen mijns inziens de voorbeschouwingen waarin op basis van economische principes gereflecteerd wordt over de ‘optimale belasting’. Het is belangrijk die lessen goed te bekijken en consequent door te redeneren. Men moet daarbij vertrekken van objectieve gegevens. Dat vermijdt al heel wat onnodige discussies. Zo is het een illusie te denken dat kapitaal in België niet of nauwelijks belast wordt. De cijfers tonen het
tegendeel aan. De realiteit is dan ook vaak heel wat genuanceerder dan wat men op de politieke fora hoort of leest.’
‘Soortgelijke ongenuanceerde debatten zien we ook wanneer het gaat over de strijd tegen de fiscale fraude. In de discussie over de belastingparadijzen
zat ik als expert in de Panamacommissie. De Panamapapers hebben ongetwijfeld een mondiaal probleem met stip op de kaart gezet en geleid tot een versnelde aanpak van het probleem. Maar het spektakelgehalte werd in ieder geval nodeloos opgeklopt. Veel van die constructies waren eigenlijk ’banale’
schermvennootschappen waarin Belgen hun spaarcenten hadden ondergebracht en die inmiddels al jaren als een ‘standaardproduct’ bij de fiscus werden geregulariseerd. Inmiddels was er ook aanzienlijke Europese en internationale wetgeving tot stand gebracht die de praktijken een halt moesten  toeroepen.’

 

Ik weet dat sommige maatregelen niet altijd makkelijk uit te leggen zijn aan de burger, maar een goed leider moet dat kunnen.’

Die perceptie heerst niet in de publieke opinie?
‘Het wordt door de politiek vaak op flessen getrokken. Je ziet het nu ook weer met de coronasteunmaatregelen. Men koppelt de steun voor  ondernemingen aan het niet hebben van banden met een belastingparadijs. Het zou beter zijn om als voorwaarde te stellen
dat men in de jaren nadien niet op fiscale fraude of misbruik betrapt wordt. Het kan niet dat men nu steun krijgt, maar de jaren daarop het
merendeel van zijn omzet in het zwart realiseert. De fiscus moet dat controleren. Maar dat idee zie ik niet circuleren op politiek niveau. Men neemt liever onmiddellijke maatregelen in een symbooldossier dan een wetvoorstel uit te werken dat misschien meer voeten in de aarde heeft, maar robuuster is op lange termijn.’ transparante regels ‘Belangrijk aan wetgeving is transparantie en eenvoud. Alle intenties tot vereenvoudiging ten spijt is het fiscaal recht almaar complexer geworden. Dat komt natuurlijk grotendeels omdat je werkt in een complexe omgeving. Het is bijvoorbeeld logisch dat alle inkomsten belast worden; maar het ene inkomen is het andere niet, dus moet je differentiëren, en dat maakt de zaken complex. Maar er is ook veel
complexiteit in het systeem gebracht door onnodige politieke beslissingen,’ Iets anders wat men vaak hoort, is dat de fiscus het niet zo nauw neemt met zijn onderzoeksbevoegdheden? ‘De overgrote meerderheid van de ambtenaren werkt zeer gedegen en correct. Maar zoals in elke organisatie zijn
er die er de kantjes vanaf lopen, uit onwetendheid of doelbewust. Ik vind dat evengoed een vorm van fiscaal misbruik. Dat kan niet, een overheid moet altijd correct zijn.’ ‘Een bijkomend probleem daarbij is dat de rechtbanken de fiscus munitie hebben gegeven om de spelregels laks toe te passen, door
de invoering van de Antigoonregels. Dat was werkelijk een revolutie op fiscaal vlak, waar ook iets voor te zeggen valt, maar ik heb het al meegemaakt dat ik bij een controle een ambtenaar op een onregelmatigheid wees, en hij me antwoordde ‘maar wij hebben Antigoon’. Dat is niet meer netjes. Daarom heb ik in de Panamacommissie ook gesuggereerd om het principe om te draaien, en bij een wetsovertreding principieel tot bewijsuitsluiting te beslissen
tenzij de Belgische staat aantoont dat het bijvoorbeeld louter om een vergeten formaliteit gaat. Maar die suggestie werd uiteindelijk niet overgenomen.’
In uw twitterbio schrijft u dat u een enorme hekel hebt aan fiscale onzin. Dat slaat dan hierop? ‘Het is natuurlijk een boutade. Maar het klopt dat ik hou van duidelijke spelregels, aan beide zijden van de tafel. De wetgeving moet coherent zijn, zowel formeel als materieel. Het beleid is het prerogatief van de politiek.

Maar ook de incoherenties en inconsequenties zijn een verantwoordelijkheid van de politiek.’ ‘Weet u, ik ben aan mijn rechtenstudie begonnen
met het idee dat de wetgever zeer verstandig is. Dat was bijzonder naïef. Door mijn aanwezigheid in een aantal parlementaire commissies heb ik persoonlijk kunnen vaststellen dat het vaak een krabbenmand is waarin een aantal parlementsleden zich zoveel mogelijk profileren op symbooldossiers. Dat blijkt ook bij voortduur uit de media. De debatten zijn nodeloos gepolariseerd, terwijl met gezond verstand en logica veel mogelijk is. Ik weet dat sommige maatregelen niet altijd makkelijk uit te leggen zijn aan de burger, maar een goed leider moet dat kunnen.’

En daar ontbreekt het aan? ‘Daar ontbreekt het zeer veel aan.’

OP DE HOOGTE BLIJVEN?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang onze recente artikels