2020/05/12: HLN: Wie thuis werkt, maakt extra kosten.

Wie thuis werkt, maakt extra kosten Een hoger elektriciteitsverbruik, extra inktpatronen, een comfortabele bureaustoel… Nu de Belg het thuiswerk heeft ontdekt, begint hij ook zicht te krijgen op de bijkomende kosten. Gelukkig geven heel wat werkgevers daar vergoedingen voor. Maar dreigt de factuur dan later niet te volgen via de fiscus? Michel Maus, belastingexpert in ons geldpanel, legt uit.

Het fiscaal statuut van de thuiswerker hangt af van verschillende zaken. Om te beginnen: betaalt de werkgever aan de werknemer
een vergoeding voor het thuiswerk? Zo zal je thuis onder andere water, gas en elektriciteit verbruiken, je internet en computer
gebruiken en documenten printen. Dat noemt de fiscus ‘kosten eigen aan de werkgever’ — kosten die je baas eigenlijk moet
dragen. Het voordeel van deze vergoeding is dat ze tot op een bepaalde hoogte niet als loon wordt beschouwd door de fiscale
administratie en de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ).

Je hoeft er dus geen belastingen en socialezekerheidsbijdrage op te betalen. De RSZ en de fiscus plakken daar wel maximum –
bedragen op. Een bureauvergoeding van 126,94 euro per maand, 20 euro voor het gebruik van de eigen computer en de eigen
internetverbinding, 80 euro voor representatiekosten (cadeaus om klanten aan te trekken of een zakelijk netwerk op te bouwen,
bijvoorbeeld een drink), 50 euro voor het professioneel gebruik van de eigen auto, 15 euro voor parking, 15 euro voor de carwash.
De werkgever moet uiteraard rekening houden met de individuele situatie en met de jobinhoud van de werknemer.

De thuiswerker kan nog een tweede fiscaal voordeel genieten, maar wel pas bij het invullen van zijn belastingaangifte. Je kan
namelijk kosten die je werkgever niet vergoedt als beroepskost in mindering brengen van je belastbaar arbeidsinkomen. Je moet
dan wel je werkelijke beroepskosten bewijzen en je mag niet gebruikmaken van het systeem van de forfaitaire aftrek, een bedrag
dat de fiscus jou toekent als je zelf geen actie onderneemt.

Welke kosten blijven dan nog over? Om te beginnen je huis zelf. Een, twee of zelfs vijf dagen: als je kan aantonen dat je regelmatig
vanuit je eigen woning werkt, kan je een percentage van je vaste verblijfplaats als beroepskost afschrijven. Hoeveel hangt af van
jouw concrete situatie, maar in een doorsnee geval mag je toch al gauw 15% van de oppervlakte van je woning als beroepsruimte
beschouwen. Niet enkel je bureauruimte telt mee, maar ook bijvoorbeeld het toilet. Als je rekening houdt met de afschrijvingstermijn van 33 jaar voor woningen, betekent dit dat je voor een woning van 300.000 euro jaarlijks recht hebt op een fiscale aftrek van 1.363 euro. Bovendien kan je 15% van alle onderhouds-en renovatiekosten van je woning op dezelfde manier afschrijven.

Daarnaast kan je bijvoorbeeld ook bureaumeubilair, je laptop, printer, scanner, enzovoorts afschrijven. Je moet in al deze
gevallen wel aantonen dat je ze nodig hebt voor je werk.

OP DE HOOGTE BLIJVEN?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang onze recente artikels